Met de oldtimer zuinig rijden naar Afrika

Zuinig rijden: Het geheim

Een van deze dagen ga ik terug naar Nederland rijden. Omdat het zuinige rijden mij eigenlijk best bevalt ga ik wellicht proberen om deze keer zonder te tanken verder te komen dan 1520 km

Wat is nou het geheim?

Vergeet Het Nieuwe Rijden. Je wilt niet gebroken op je bestemming aankomen maar je wilt gewoon relaxt in de auto zitten zonder allerlei rare fratsen te hoeven uithalen. Het Nieuwe Rijden werkt ongetwijfeld een beetje. Met het nieuwe rijden rijd je wellicht 25% zuiniger, maar ik heb bijna 95% zuiniger gereden door gewoon anders te rijden. Van 1 op 12 (fabrieksopgave) ging ik naar de 1 op 23!

Maar hoe dan?

1. Parkeer achteruit in! Niets is zo slecht en zo brandstofslurpend om met koude motor te rijden. Voer dus met warme motor alle handelingen uit zodat je de volgende ochtend direct kunt wegrijden. Hoe eerder de motor warm is, hoe zuiniger je rijdt. Als je stilstaat dan duurt het veel langer voordat de motor warm is. Achteruit inparkeren is dus ook veel beter voor het milieu!

2. Let op het weerbericht. Bijvoorbeeld regen doet het verbruik enorm stijgen. Als je een rit kunt uitstellen omdat het regent, doe dat dan. In de praktijk kun je een rit natuurlijk niet vaak uitstellen omdat het regent, maar het is wel iets om eventueel rekening mee te houden.

3. Ga fietsend naar de supermarkt. Ik ken geen enkel gebied in de randstad waar geen supermarkt binnen 5 minuten fietsafstand is. 1 minuut autorijden is funest voor de koude motor. Moet je echt veel boodschappen doen? Combineer de supermarkt dan met enkele andere ritten, bijvoorbeeld met het woon-/werkverkeer.

4. Na het starten direct wegrijden. Niet op de startmotor wegrijden natuurlijk, maar start de motor en rijd na een seconde of twee direct weg. Die twee seconden zijn van belang om de motorolie vanuit het carter bovenin het blok te krijgen.

5. Accelereer niet volgas en schakel vroeg door. Ga zo snel mogelijk naar de hoogste versnelling. Als je in de bebouwde kom een constante 50 km/h hebt bereikt, gooi de auto dan gewoon in de 5e of 6e versnelling. Leer je auto kennen en communiceer ook met je auto. Het Nieuwe Rijden zegt over benzinemotoren dat je bij de 2500 toeren moet opschakelen, ik schakel doorgaans bij de 1500 toeren al op. Moderne ongeblazen motoren hebben geen moeite met lage toerentallen. Als jouw auto niet lekker loopt op lage toeren, doe het dan niet.

6. Gas lossen. Als je eenmaal de gewilde snelheid hebt bereikt dan laat je het gaspedaal een heel klein beetje los. Je zal uiteraard een heel klein beetje snelheid verliezen, maar op de uiteindelijke snelheid rijd je zuiniger dan je zou rijden als je normaal naar die snelheid zou hebben geaccelereerd.

7. Wees kalm! Die afslag die je te laat hebt gezien die haal je echt niet eerder door plotseling af te remmen en meteen naar rechts te sturen. Een afslag is doorgaans een paar seconden lang, genoeg tijd om na te denken dus.

8. Laat gerust een gat van een paar honderd meter vallen in de file. Het zal je opvallen dat 95% van de weggebruikers gewoon in z'n vak blijft. Vind de constante snelheid waarbij je voorligger wegrijdt tegen de tijd dat jij bij je voorligger komt. Die voorligger zal in de meeste gevallen immers accelereren en afremmen. Voorkom dat. Filerijden kan zuiniger zijn dan 120 rijden.

9. Die invoegstrook is er niet voor niets. Gebruik dus de hele toerit en de hele invoegstrook. Pas aan het einde van de invoegstrook moet je de 100 of 120 km/h hebben bereikt en niet eerder. Hoe langer je doet over het invoegen, hoe meer brandstof je bespaart.

En ook hier: Wees kalm. Ik ken mensen die gaan bijna hyperventileren als ze moeten invoegen. Geloof me, invoegen is een van de veiligste handelingen die er is. Het kan simpelweg niet verkeerd gaan.

10. Vergeet de cruisecontroller. Een vaste voet bespaart veel meer brandstof dan een cruisecontroller. Als je heuvel op rijdt dan zal een cruisecontroller extra brandstof inspuiten en dan zal de auto dus meer verbruiken. Bergaf zal de cruisecontroller wat gas terugnemen, maar uiteindelijk is het zuiniger om de gaspedaalstand vast te houden en eventueel het gas af en toe volledig los te laten om snelheid te verliezen.

11. Decelereren? Gas los! Vrijwel elke auto met injectie, ofwel vrijwel elke auto vanaf 1988 stopt de brandstoftoevoer als je het gaspedaal loslaat en de motor maakt meer dan +- 1500 toeren. Als je je gaspedaal slechts een beetje loslaat dan zal de motor brandstof blijven inspuiten. Dus ook als je even 10 km/h wilt verliezen, laat het gaspedaal dan helemaal los!

12. Als je toch iets harder moet decelereren, schakel dan terug. Terugschakelen met tussengas kan veel brandstof besparen. Zorg er wel voor dat je voldoende tussengas geeft zodat de belasting op de koppeling minimaal is. De brandstofbesparing door het remmen op de motor is groter dan het extra verbruik door het geven van tussengas.

13. Blijf van dat rempedaal af! Ook bij bochten in de snelweg en klaverbladeren. Gewoon je snelheid aanhouden. Durf je een bocht toch niet zo hard te nemen? Rol dan uit voor de bocht en begin weer met accelereren in de bocht. Rijd je op een file in? Gewoon gas lossen. Eventueel terugschakelen met tussengas.

14. Voel je auto aan. Ook bij het accelereren. Voel aan hoe diep je het gaspedaal moet indrukken om dezelfde acceleratie te halen als bij volgas. Een half ingedrukt gaspedaal bespaart enorm veel brandstof en ondertussen kan de acceleratie net zo snel geschieden. Communiceer met de auto!

15. De belangrijkste, maar wel een vervelende factor: Alles boven de 90 km/h is inefficient. Onder de 90 km/h speelt luchtweerstand nog niet zo'n grote rol, maar boven de 90 km/h gaat luchtweerstand een enorme invloed hebben op de weerstand van de auto. Bovendien neemt de weerstand exponentieel toe bij hogere snelheden. Ik heb de rit gereden met een snelheid van 100 tot 110 km/h. Als ik 120 had gereden dan had ik misschien slechts 1300 km gehaald.

En natuurlijk wat technische dingen:

1. Bandenspanning. Hoe hoger hoe zuiniger. Te hoog geeft verkeerde slijtage, houd het dus wel binnen de specificaties. Houd er ook rekening mee dat een auto met een veel hogere bandenspanning comfortabeler op de snelweg rijdt, maar wel een slechter bochtengedrag heeft. Ik heb mijn bandenspanning op 3 bar gezet, dat was het maximum volgens de specificaties van de auto. Op de terugweg zet ik de bandenspanning wellicht iets hoger, namelijk op het maximum van de specificaties van de band.

2. Bandenmaat. Op een droog wegdek en met sportief rijgedrag loont het om lekker brede bandjes te hebben. Maar bij grote plassen en grote regenval loont het daarentegen om juist dunne bandjes te hebben. Die brede bandjes zullen veel eerder over het water gaan zweven. Bovendien hebben dunnere bandjes veel minder weerstand en besparen ze dus veel meer brandstof. Mijn auto heeft vrij brede banden, ik zou met gemak veel meer dan 1500 km kunnen rijden zonder te tanken als ik er dunne bandjes op zou zetten. Maarja, die lichtmetalen wielen met brede banden zien er daarentegen wel stoer uit.

3. Motorolie. Op al het onderhoud van slijtagedelen kun je besparen, behalve de motorolie. Eigenlijk kun je nooit vaak genoeg je motorolie vervangen, maar dat moet je natuurlijk niet overdrijven.

4. Gewicht. Bij een constante snelheid op een vlakke weg maakt het gewicht niet zo veel uit, maar bij het accelereren maakt het wel degelijk uit hoe zwaar de auto is.

Er zijn natuurlijk nog veel meer zaken waar je op moet letten, maar dit zijn de belangrijkste waarmee je al meer kunt besparen dan het nieuwe rijden.

Reacties

Reacties

Jo Martinali

Ben het met het meeste wel eens. Ik rijd ook zo. Echter vwb de motorolie ben ik het totaal oneens. Specialisten (niet commerciele) hebben getest dat als olie zwart wordt hij juist opgewaardeerd wordt ipv verslechtert. Oliefilter vervangen is 100.000 km niet nodig. Alleen bijvullen. Wel elke maand peilen. In Aken hebben ze met streek en stads bussen die proeven genomen en verversen nu om de 200.000 kilometers. Ook een specialist, afkomstig uit de oliebranche en destijds aanwezig op Autotron Rosmalen gaf of geeft daarover papieren uit met een plaatje gesoldeerd aan de peilstok. Als dat plaatje verkleurd wordt het tijd olie te vervangen. Maar omdat je meestal elke 10.000km 1 liter erbij doet verkleurt dat plaatje bijna nooit. Ik kan het weten want ik heb een Peugeot 405 diesel van 1991 met km/stand 418.000 en een olieverbruik van 1/ 8000 km en brandstofverbruik in de winter (deze dus) van 1/22 en in de zomer 1/24 ooit 1/26 gehaald. Ben benieuwd naar uw reactie. Gewoon autokritieken lezen en je komt er achter.

Lucas

Beste Jo Martinali,

Deels ben ik het met u eens dat de olie niet vaak hoeft te worden vervangen. Volgens mij is het voorgeschreven dat het elke 15.000 km moet bij mijn auto, maar het is weleens meer dan 50.000 km niet gebeurd.

Vergeet echter niet dat deze auto erg oud is. De auto heeft al 200.000 km gereden en de motor is gewoon versleten door vele stadsritten. Dan moet je juist de olie (en het filter) vaker vervangen om vuildeeltjes die de motor los laat beter te filteren. Mijn auto verbruikt ook weinig olie, dus er komt weinig nieuwe olie bij.

Wel geloof ik dat een goed bereden auto prima tonnen kan rijden zonder het vervangen van de olie. Ik heb het een keer zien gebeuren. Een auto waarvan de olie jarenlang nooit is vervangen door de dealer. Echter nadat de olie wel een keer werd ververst liep de motor veel soepeler.

Lucas

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!